Generic selectors
Exacte overeenkomst
Zoek in titel
Zoek in content
Zoek in artikelen
Zoek in pagina's
Filter by Categories
Bijbel
Communicatie
Creatief
Films
Geek
God
Inspiratie
Internet
iPad
iPhone
Jongeren
Kerk
Leiderschap
Mac OS X
Persoonlijk
Preekkunst
Social Media
Tech
Verhaal
wordpress

Nog een keertje Narnia

22 januari 2006

 

 De onzekerheid bij christenen over de film "Narnia" is best bijzonder. Vanuit verschillende hoeken hebben wij (als Agapè) reacties en vragen gekregen naar aanleiding van publicaties van Real-Life. Ik heb mezelf niet echt geroepen gevoeld hierop te reageren. En maar goed ook. Reinier Sonneveld, publicist van o.a. CV Koers, heeft een prima stuk geschreven als reactie op deze publicaties. Ik neem het artikel "Narnia zal uw geloof redden" hieronder even over. Een eerlijke reactie op een vreemde (wel erg Hollandse) hype. Ik ben em elders niet tegen gekomen. Wellicht komt dat doordat wij hollanders niet zo gewend zijn aan C.S. Lewis.

Een weerlegging van de nieuwste christelijke hype

Narnia zal uw geloof redden

Het is onbegrijpelijk dat de film The Chronicles of Narnia door een groep evangelische christenen als occult wordt weggeschreven. De film zit boordevol christelijke symboliek, is overduidelijk in haar betekenis en vele mensen zijn erdoor in hun geloof gesterkt.

 

Door Reinier Sonneveld

Christelijk Nederland heeft er weer een hype bij. Er is een wolf in schaapskleren gesignaleerd, de kudde is in hoogste staat van paraatheid. Ook dit keer gaat het over occultisme en is er iets volkomen onverdachts dat bij nader inzien tot extreem schadelijk wordt verklaard.

Ditmaal is de Narnia-verfilming The Lion, the Witch and the Wardrobe het slachtoffer. Je zou het nooit verwachten. Schrijver C.S. Lewis was een vurig christen en zijn boeken (inclusief de Narnia-verhalen) hebben duizenden mensen tot geloof gebracht. Daar kan ik persoonlijk over meepraten. En nu ik ook de film heb gezien, kan ik er nog steeds niet met mijn hoofd bij: Hoe kan iemand hier toch in vredesnaam iets gevaarlijks in zien, hoe kan dat toch ooit?
We hebben het al vaker gezien; er werd vergelijkbaar paniekerig gereageerd op de Potter-films. Het enige nieuwe aan deze hype is dat hij zich niet zozeer in de kranten en bladen afspeelt, maar vooral op internet. Hoofdrolspeler is ditmaal David Sörensen, met zijn populaire Life Letter (www.real-life.nl). Qua argumentatie is er niets nieuws onder de zon, dus de weerlegging kan ook algemener zijn. Weer spelen drie argumenten een rol; ik weerleg er twee en bevestig de laatste.
 
‘De bronnen zijn occult, dus het kunstwerk is gevaarlijk’
Net als Rowling en Tolkien was Lewis een kenner van de Germaanse en klassieke mythologie. Met groot genoegen put hij dus uit die bronnen. Zo loopt er in de Narnia-verhalen een ‘faun’ rond, een panfluitspelend manneke met bokkepoten, die sterk doet denken aan de Griekse godheid Pan. Deze Pan wordt in Griekse gedichten meestal voorgesteld als pestkop die mensen de stuipen op het lijf jaagt (vandaar ons woord ‘paniek’). Des te grappiger dat Lewis van zijn faun Tumnus zelf een bangerik maakt, die zich een hoedje schrikt van een klein meisje en vervolgens goede vrienden met haar wordt. Heerlijk klierig pakt Lewis dus een heidens element om het vervolgens ‘om te smelten’. Net zoals de Egyptische sieraden werden omgesmolten tot de gouden ark van Israël.
Het argument van Sörensen cum suis is dat een heidense bron een kunstwerk zelf gevaarlijk maakt. Het probleem is dat God zelf heidense bronnen gebruikt. Maar Hij ‘smelt’ deze bronnen op een trotse manier ‘om’. In de Bijbel zie je steeds dat de Israëlieten elementen uit de omringende culturen annexeren. Er bestond al een god ‘El’, er werd al geofferd, er werd al besneden – maar God grijpt deze elementen en loutert ze voor eigen gebruik. Wordt de keizer ‘Heer’ genoemd – God laat Zijn Zoon ‘Heer’ noemen. Wordt het Al ‘Woord’ genoemd – God laat Zijn Zoon precies zo noemen. Jezus zelf krijgt titels die werden gebruikt in occulte rituelen. Zo trots is God. Hij schrikt er niet voor terug, maar eist de woorden op en draait ze radicaal om. Met een glimlach, zo stel ik me voor.
 
Precies zoals Lewis later zou doen. Is het normaal de held die zich opoffert – welnu, Lewis laat de helden kinderen zijn, en iemand anders zich voor hen opofferen. Is het gewoonlijk de compagnon die sterft – Lewis laat brutaalweg deze vriend opstaan. Klabam opstaan, helemaal niet ‘de dood heeft het laatste woord’, zoals altijd in de verhalen.
Paulus is zo mogelijk nog brutaler. Hij citeert niet alleen alom heidense dichters (duidelijk een occulte bron), maar christenen mogen van hem zelfs offervlees eten; ze mogen deze producten van occulte rituelen tot zich nemen en het zich goed laten smaken! (1 Korintiërs 10:27-28) Kennelijk is het mogelijk dat zelfs het meest afzichtelijke wordt omgedraaid tot iets heiligs. Dat ontkennen is eenvoudigweg het weigeren van Gods cadeaus.
 
‘Magie wordt neutraal voorgesteld’
Sprookjes stromen over van de rare gebeurtenissen. Doornroosje slaapt honderd jaar zonder doorligwonden. Assepoester stapt rond op glazen muiltjes zonder glasscherven in haar voetjes. Grootmoeder en Roodkapje passen samen in de buik van de wolf zonder dat er iets uitscheurt. En het allerraarste is natuurlijk nog wel dat eeuwige einde: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig…’ Dat is niet zoals we het gewend zijn!
De Narnia-verhalen, net als die van Rowling en Tolkien, zijn daar niets armoediger in. Alleen wordt hierbij door de christelijke critici een klein gebiedje van rariteiten plotseling getypeerd als ‘occult’. In de gevallen dat er gezwaaid wordt met toverstokken en superdrankjes worden gedronken, is het mis. Niemand was daarop gekomen bij ‘Het meisje met de zwavelstokjes’ of Asterix, maar hier is er plotseling iets verschrikkelijks aan de hand. En stel dat er al zoiets verschrikkelijks verteld wordt als het genezen van iemand met een drankje, dan moet het toch ter plekke krachtig worden afgestraft… Maar Lewis is laks en ‘stelt magie neutraal voor’. Alsof het een kracht is die niet óf van God óf van satan is, maar gewoon een kracht.
We leven in een tijd van een heropleving van occultisme. Iets dergelijks beleefden we al op het einde van de negentiende eeuw, een volgende periode was in de jaren zestig, en sinds eind jaren negentig is er weer een aan de gang. Dat moet christenen alert maken en helder in hun keuzes. Maar alles meteen afschrijven wat maar enigszins aan occulte elementen doet denken, verzwakt juist je eigen positie. De Israëlieten werden op een dag aangevallen door slangen, maar moesten vervolgens om te worden gered kijken naar een koperen… slang. En Jezus zelf vergelijkt zich met die koperen slang.
 
Als we de argumenten van Sörensen volgen, is die koperen slang levensgevaarlijk. Maar die slang lijkt weliswaar op occultisme, maar de betekenis is omgekeerd. Zo moeten we ook bij de Narnia-verhalen niet overstuur reageren, maar nuchter lezen wat er staat. Wie zou er op het idee komen dat in Doornroosje uitslapen ‘neutraal wordt voorgesteld’? In Dik Trom die achterstevoren op de ezel zat, wordt spookrijden ‘neutraal voorgesteld’? Bij de Smurfen wordt onnozel taalgebruik ‘neutraal voorgesteld’? Doornroosje slaapt nu eenmaal, Dik Trom kan niet normaal op een ezel stappen, smurfen praten domweg belachelijk. Dat kun je niet afkeuren, want zo zijn ze nu eenmaal. Smurfen smurfen. Dat gesmurf is niet óf van God óf van satan. Het is er gewoon.
De werkelijke keus tussen goed en kwaad is intussen bij Narnia overduidelijk. De Witte Heks is fout en Aslan is goed. Of had Lewis zijn personages bij elke handeling moeten laten verklaren dat ze het deden in naam van Aslan? We begrijpen in de confrontatie tussen Mozes en de magiërs van de farao toch ook wat slechte magie is en wat echte wonderen? Voor welke onbenul had de schrijver van Exodus moeten verklaren ‘don’t try this at home’?
 
‘Deze boeken en films inspireren tot occultisme’
Bij dit argument voel ik geen enkele drang het te weerleggen. Sterker nog, het zou mij verbazen als het niet juist zou zijn. Uiteraard zijn er lezers en kijkers mede door Narnia zo beïnvloed dat ze zich met occulte rituelen gingen inlaten. Sörensen vertelt bijvoorbeeld over een ex-heks die geestelijke strijd voelde na het kijken van Narnia. Dergelijke getuigenissen waren ook veel te horen rondom de Harry Potter-boeken. Satan probeert graag het mooiste te vernietigen en zal dus juist de intens christelijke verhalen van Narnia willen misbruiken. Verwacht hem niet bij de vijfstuiverromans of in de supermarkt, dat is veel te doorzichtig. Verwacht hem liever bij het lezen van de Bijbel en in de kerk, daar valt wat te winnen voor hem!
Het zal dus ongetwijfeld waar zijn dat een ex-heks na Narnia zich aangevallen voelde door satan. Zo’n tiental jongeren pleegde zelfmoord na het lezen van Goethe’s Het lijden van de jonge Werther. En de negenhonderd leden van de Jonestown-sekte vermoorden zichzelf na het lezen… van de Bijbel. Verwijten we dat de Bijbel? Zetten we daarom Goethe op de zwarte lijst? Moet Narnia daarom op de brandstapel? Er zijn talloze getuigenissen tegenover te zetten. In mijn geval heeft de Bijbel me over Jezus geleerd, Goethe over liefde en Narnia over moed.
 
De overgevoeligheid zal wel komen door de huidige opleving van occulte interesse. Maar het is een denkfout. De fout die steeds weer wordt gemaakt, is een typisch geval van blaming the knife. In de criminologie een bekend gegeven: ‘Ja, en toen ging plotseling het mes in haar…’ De logische consequentie zou moeten zijn meteen maar dat mes in de gevangenis te gooien en niet de moordenaar.
Precies zo wijzen christenen steeds weer naar buiten. Dat is fout, dat is occult, dat klopt niet… ‘Raak niet, smaak niet, roer niet aan.’ Maar Paulus staat zelfs toe dat offervlees wordt gegeten! ‘Als je maar God ervoor dankt.’ Want daar ligt de crux: bij je persoonlijke houding. Niets dwingt een mens tot zonde, zelfs geen offervlees. Als er wordt gezondigd, ben jij dat hoogstpersoonlijk zelf. We moeten niet naar buiten wijzen, maar naar binnen. Alles kan tot zonde verleiden en alles kan tot God leiden. Jij maakt de beslissing.
Uiteraard zijn er mensen gevoelig voor Narnia en daar moet je niet flauw over doen. Zij moeten zich van die film afzijdig houden. De duivel kan het beste nog verpesten. Maar voor anderen is de film overduidelijk een zegen van God, die niet met ondoordachte angstzaaierij geweigerd mag worden. Hiermee bedoel ik niets relativistisch, alsof het allemaal niet uit zou maken. De keus voor of tegen God maakt alles uit. Alleen wil Sörensen cum suis. voor ons kiezen. Zij menen mij te kunnen voorspellen hoe mijn hart in elkaar zit en hoe ik zal reageren op Narnia. Dat kunnen zij niet, dat kan zelfs ikzelf nauwelijks. Maar ik heb de film gezien en koos weer voor God. Dat kan geen heksenjacht me meer afpakken.

Dit artikel is verschenen in CV·Koers januari 2006

 

Wouter van der Toorn
Media Innovator & Art Director bij Jesus.net. Mijn tijd vul ik met nieuwe media, God, geloof, muziek, films. Over al deze zaken publiceer ik op mijn blog.
0 Comments

Nog een keertje Narnia

door Wouter van der Toorn Leestijd: 8 min
0