calimero - zij zijn groot en ik ben klein

Roeping en reactie

3 min leestijd

God heeft zich afhankelijk gemaakt van mensen. Hij wil mensen gebruiken om namens Hem te spreken. Soms denk ik wel eens dat er echt een beter plan moet zijn geweest. Wie kan nu de woorden van de Allerhoogste geloofwaardig doorgeven? En wie is goed genoeg om met de Allerhoogste samen te werken? Mooie vragen, maar het is niet het belangrijkste. Zomaar eens twee profeten die beide geroepen worden op een rijtje. Twee lessen, twee reacties, twee opdrachten… Er zijn er veel meer. Voor nu even deze twee.

calimero - zij zijn groot en ik ben kleinWie mag Hij sturen?

Toen de profeet Jesaja werd geroepen kreeg Hij een ontmoeting met de Allerhoogste. Een ongelofelijke ervaring! Eng en angstig. De profeet dacht dat hij dood ging. Hij was zich namelijk enorm bewust van zichzelf en de ongelofelijke God. “Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’ Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’” (Jesaja 6:6-8). Waarom zou God een vraag stellen? Ik denk dat God de ruimte liet om voor Jesaja om zelf te reageren. Vaak wachten mensen met God volgen omdat ze een duidelijke opdracht willen ontvangen. Misschien is een mooie eerste stap om te reageren op de Allerhoogste dat je beschikbaar bent!

PS: ik moet hierbij wel eerlijk zijn. Dit zijn geen vrijblijvende stappen. Je zal merken dat God je gaat gebruiken als je je beschikbaar hebt gemaakt voor Hem. Nu is dat hartstikke mooi natuurlijk, maar het is maar dat je bent gewaarschuwd dat je leven wel echt een andere wending kan krijgen.

 

Te jong? Wie zegt dat?

Toen God de profeet Jeremia riep om Zijn woorden door te geven zei Hij het als volgt: ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ (Jeremia 1:5). Niet een aanlokkelijke vraag en de profeet vond dat trouwens ook onwaarschijnlijk. Zijn eerste bezwaar legde hij direct maar op tafel: “Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’” (Jeremia 1:6). Blijkbaar is leeftijd een belangrijk punt en daarmee de vraag “maar ben ik wel oud genoeg?” of “heb ik wel genoeg ervaring?” Zowel in het oude als in het nieuwe testament zul je zien dat leeftijd GEEN issue is. Ook hier bij deze profeet trouwens: “Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’” (Jeremia 1:7-8) Zo dan, je bent niet te jong. Al zeggen mensen dat om je heen.

Timoteüs wordt door zijn mentor Paulus aangemoedigd om zich vooral niet te jong te voelen, maar de voorbeeld positie in te nemen (1 Tim 4:12). Ben je jong, dan moedig ik je aan om jezelf niet te min, te onervaren te voelen, maar om vrijmoedig op te staan voor Jezus. Ben je ouder? Moedig jongeren aan, dat hebben ze nodig.