vissers van vis of vissers van mensen

Vissers van vis of vissers van mensen

1 min leestijd

vissers van vis of vissers van mensen

Jezus gebruikt een mooie uitdrukking: vissers van mensen. Dat zegt hij tegen zijn vrienden die een nieuwe job van hem krijgen. Niet meer hun oude vak (waren ze trouwens niet zo bijster goed in, er worden vooral slechte vangsten beschreven) maar ze kregen een nieuw vak: vissers van mensen.

Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. Markus 1 vers 16 – 18

Het is een uitdrukking die we nogal eens gebruiken voor ‘evangelisatie’, voor mensen het Goede Nieuws brengen. Nu is het vissen van mensen wel wat anders dan vissen van vis:

[ba-column size=”one-half” last=”0″]Vissen voor vis

Wormen als aas gebruiken

Levende vissen dood maken

Vis uit zijn school halen naar eenzaamheid en dood

[/ba-column][ba-column size=”one-half” last=”1″]Vissen voor mensen

Gods Woord en je getuigenis gebruiken

Geestelijk dode mensen in het leven brengen

Een eenzaam iemand brengen in de groep gelovigen

[/ba-column]