Christ of St John of the Cross_620

De deuren van zijn hart staan wijd open

5 min leestijd

In deze tijd voor Pasen lees ik nog eens het hoofdstuk “Yeshua” uit het boek “Dit is geen verdediging” van Francis Spufford. Het hoofdstuk nodigt uit om te voorgelezen te worden in een Goede Vrijdag viering. Of om in de stilte gelezen te worden in de lijdenstijd.

Christ of St John of the Cross_620

Op een meesterlijke wijze vertelt Spufford in vogelvlucht het verhaal van deze Jood waaraan zoveel mensen zich irriteerden. Maar hij doet dat zo griezelig beschrijvend dat ik erbij ben. En dat ik mezelf terug vind in de menigte ramptoeristen die blijft toekijken. Maar dan schrijft hij over deze Yeshua, Jezus, midden in het lijden.

Omdat hij niet alleen een zwak en verschrikt mens is, maar ook de liefde is waaruit de wereld voortkomt, voor wie alle tijden en plaatsen tegelijk aanwezig zijn, voelt hij niet alleen de woede en de haat en de ondragelijke walging van deze ene menigte op deze ene vrijdagmorgen in Palestina. Hij keert zijn gehavende gezicht naar de hele mensheid, in verleden en heden en toekomst, en aanvaardt alles wat we hem toewerpen, alles wat we vrezen te verdienen. De deuren van zijn hart staan wijd open en de hele pestzieke stroom, die hele verachtelijke, kokende vloed van wreedheden en mislukkingen en geheimen stroomt er uit. Laat mij dat van je overnemen, zegt hij. Geef het maar aan mij. Laat mij het dragen. Laat mij de schuldige zijn. Ik ben groot genoeg. Ik ben ruim van hart. Ik ben niet wat ze zeggen. Ik ben niet jullie koning, of jullie rechter. Ik ben de vader die verlangt naar elk van zijn kinderen. Ik ben de vriend die je nooit zal verlaten. Ik ben het licht achter de duisternis. Ik ben het schijnsel dat jouw schaamte niet kan uitdoven. Ik ben de geest van liefde in de martelkamer. Ik ben verandering en hoop. Ik ben het louterende vuur. Ik ben de deur waar jij dacht dat er een muur was. Ik ben wat er komt na dat wat je verdient. Ik ben de aarde die de bloedvlekken opdrinkt. Ik ben de gave zonder kosten. Ik ben. Ik ben. Ik ben. Ik ben, nog voor de grondlegging van de wereld.

Maar evengoed wordt het hem fataal. Hij heeft nooit gezegd dat je veilig zou zijn als je probeert om te leven zonder angst. De soldaten leiden hem buiten de stadspoort. Terwijl hij af en toe wegglijdt en struikelt en ze hem in de rug porren met de achterkant van een speer, drijven ze hem moeizaam de smalle heuvel op van de Schedelplaats, waar ze doodvonnissen voltrekken. Ze binden hem vast op het kruis en zetten het rechtop. Zo straft het rijk opstandige slaven. Een langzame en pijnlijke dood, voor voorbijgangers een spektakel van dagenlang worstelen en naar adem snakken. Aan het kruis stik je letterlijk, omdat je uiteindelijk te moe wordt om je eigen gewicht op te tillen om een hap lucht te nemen…

Hij daalt zo diep af in de misère, begraven onder het gewicht van de berg, dat de druk al het gevoel voor licht uit hem lijkt te persen. Er is niets van over dan een klein lichtpuntje, een speldenprik die de wereld zelf verplettert, een puntje dat uitdooft als de lagen steeds zwaarder op elkaar leunen. En dan gaat het uit. Natuurlijk gaat het uit. De liefde kan de dood niet repareren. De dood is sterker dan de liefde. Dat weten we allemaal. Maar Yeshua niet, tot dan toe. Dit is de eerste keer in zijn hele leven dat hij zich alleen voelt. Nu is er geen liefdeslied. Er is geen liefdevolle vader. Er is alleen een man aan het kruis, die sterft in pijn. Een dwaas die ervoor gekozen heeft om zijn leven te geven en zijn adem uit te blazen om een karkas op een paal te worden. De gele muren van de stad vermengen zich met de tranen van Yeshua en hij opent zijn mond en schreeuwt het uit dat we – nieuws voor hem – zijn achtergelaten op een donkere plaats waar nooit hulp zal komen.

Die vroege zondagmorgen komt een van de vrienden terug met doeken, een kan water en een doos grafkruiden die de stank zouden moeten tegenhouden. Ze is klaar voor haar taak. Maar als ze bij het graf komt ontdekt ze dat de linnen doeken in een hoek liggen en dat het lichaam verdwenen is. Blijkbaar is anoniem begraven toch niet anoniem genoeg. Ze zit buiten in de zon. De insecten zijn wakker, hier aan de rand van de woestijn. Een bij neust in een lelie, omgekruld als zijde, maar dan vergankelijker. Hij heeft niet zo lang meer. Ze heeft geen oog voor de voeten die aan de rand van haar gezichtsveld verschijnen. Wat nu weer, denkt ze.

Vrees niet, zegt Yeshua. Er kan meer worden gerepareerd dan je denkt.

Ze huilt. De terechtgestelde helpt haar overeind.

Bron: “Dit is geen verdediging ~ waarom het christendom ondanks alles verrassend veel diepgang heeft“, Francis Spufford

christ of st john of the cross

De Christus van de Heilige Johannes van het Kruis (Spaans: El Cristo de San Juan de la Cruz) is een schilderij van de Spaanse kunstschilder Salvador Dalí. Het is in 1951 geschilderd. Voor mij is het de mooiste afbeelding van Christus aan het kruis.

1 reactie

  1. R.J. van Amstel op 14-04-2014 om 10:05

    Dank je wel voor het delen. Het boek van Francis Spufford ‘Unapologetic’ heb ik ook gelezen. Een sterke passage heb je geciteerd. En ik deel je mening over het schilderij van Dalí.
    Ik heb over Dalí geblogd, zie: http://predikant.me/2013/08/06/wat-vind-jij-van-crucifix-dali/

    Goede Stille Week gewenst.