Skip to content
Geloven binnen en buiten verband

De kerk voorbij de vanzelfsprekendheid

3 min leestijd

Volgens het zojuist uitgekomen rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau wordt de kerk steeds meer marginaal. Maar het is zeker niet allemaal slecht nieuws.

Geloven binnen en buiten verband

Openbaar nutsbedrijf

Het rapport heeft het over de trend dat voor veel mensen de kerk als een openbaar nutsbedrijf functioneert: “… niet bedoeld om je activiteiten er voortdurend op af te stemmen, maar om er gebruik van te maken als dat nodig is, bij biografische overgangsmomenten bijvoorbeeld, nationale gebeurtenissen of collectieve rouwverwerking.”

Uit kerkstatistieken komt een gestage inkrimping naar voren: qua ledental, qua kerkgang, gelet op de deelname aan kerkelijke rituelen, op het aantal kerk gebouwen en kerkelijke gemeenschappen, wat betreft de rekrutering van ambtsdragers en professionals. Het profiel van de overblijvende kerkleden is bovendien niet dat van de belangrijkste dragers van het moderniseringsproces. (Uit rapport “Geloven binnen en buiten verband”)

Ongeveer 10% van de bevolking bezoekt elke week een kerk. Deels zou het een generatiekwestie zijn, deels als gevolg van het vertrouwen in de kerk in zijn algemeenheid. De kerk is voor steeds minder mensen de plek om antwoorden te krijgen. En een moraal kompas is de kerk ook niet. Niet verwonderlijk als je alleen al kijkt naar misbruik-schandalen door de hele breedte van de kerk.

Wat betreft de inhoud van het geloof kan eveneens gesproken worden van een revitalisering van de traditionele christelijke geloofstraditie onder de jongere kerkleden. Al sinds langere tijd stijgt het percentage kerkelijke jongeren dat zich uitdrukkelijk als een gelovig of religieus mens beschouwt. Vaker dan zijn oudere geloofs genoten gelooft de kerkelijke jeugd zonder twijfel in God.  (Uit rapport “Geloven binnen en buiten verband”)

Boekhoudkundige kwestie

Met een krimpende kerk krijg je bijzonder fenomeen: mensen schrijven zich uit van de kerk waar ze zich al lang niet meer mee verbonden voelen. Bijna een boekhoudkundige kwestie. De groep die overblijft is lijkt fundamentalistischer. Zij zijn bewuster verbonden met de kerk, bewuster in hun identiteit als gelovige. Je zou zeggen dat de kerk daardoor een explicietere kleur krijgt. En vooral door een nieuwe generatie.

Eerlijk gezegd klinkt me dat niet verkeerd in de oren.

Een kerk die op papier kleiner wordt lijkt me in veel gevallen prima. Want de getallen zullen dan meer de werkelijkheid laten zien. En in deze tijd moet de kerk zijn plek weer veroveren. De vanzelfsprekendheid van de plek van de kerk in de maatschappij ligt achter ons. De kerk zit wat dat betreft in een achterstand. De eerder genoemde misbruik schandalen maken het er niet gemakkelijker op. De ‘achterhaalde’ morele overtuigingen ook niet.

Uitdaging voor de kerk

Ik zie een uitdaging voor de kerk. Om te gaan opereren vanuit de marge en niet vanuit de vanzelfsprekendheid. Om een stem van hoop te laten klinken in plaats van een stem van veroordeling. Om een plek voor mensen te zijn die verwond zijn in plaats van een plek van hen die gearriveerd zijn. Een kerk die onderweg is in plaats van op zijn bestemming. Een kerk die zich niet neerlegt bij de mening de massa. Een kerk die het goede alternatief biedt.

Predikant niet belangrijkste

Er is trouwens ook een grote uitdaging voor de predikanten, voorgangers en andere kerkelijke werkers. Een halve eeuw geleden was voor ruim een derde van de Nederlanders de pastoor of dominee het belangrijkste aanspreekpunt bij gewetensproblemen. Nu geldt dat nog voor 10 procent.

Download het rapport via scp.nl »

Scroll To Top