jongen met smartphone in stad

Spiritualiteit en de “Altijd Online” generatie

7 min leestijd

‘k Ben ondertussen een veertiger. Mijn eerste eigen computer was een 386, met grote floppen. En had ik een eerste 28.8kbps modem die vaak de telefoonlijn bezet hield. Het duurde zomaar 50 minuten om een liedje te downloaden van een concert die ik toch echt wilde hebben. Dat was in de tijd dat ik met mp3 kennismaakte. Mijn online uren moeten een kapitaal hebben gekost.

jongen met smartphone in stad

Mobieltjes kwamen pas later om de hoek kijken. Schreeuwend duur. Zeker toen ik met de eerste generatie i-mode telefoons op een voorloper van het mobiele internet kon. Je had er niets aan en het was niet te betalen. Maar dat terzijde. Ik was er wel bij :)

Het is nog maar een aantal jaren dat ik met mijn smartphone altijd online ben. Het was op een Windows Mobile Smartphone. Vanaf die tijd las ik de Bijbel ook vooral vanaf een scherm en niet meer vanaf papier. De iPhone? Daar had niemand nog van gehoord.  Een telefoon had je in die tijd vooral om te bellen. En de meeste mensen bezaten een Nokia.

Toch voelde ik me toen ook al onderdeel van een generatie die middenin een technologische revolutie bevond. Het was al even bezig en met nog maar weinig idee waar het allemaal terecht zou komen. En dat terwijl er nog nauwelijks video online was. Dat was veel te duur voor bedrijven en particulieren om te gebruiken vanwege de bandbreedte die je nodig had. En sociale netwerken, daar hadden we nog niet van gehoord. We gebruikten de netscape browser om te internetten. En hadden stapels floppies nodig om een update van Windows te installeren.

Altijd online? Nee, dat kwam pas veel later. En dat maakte het op zich wel zo duidelijk. Terugkijkend besef ik me hoeveel het voor voor focus zorgde. Een duidelijke afbakening tussen verbonden zijn en niet verbonden zijn. Ik las vooral magazine’s die ik in de kiosk op het station kocht.

Vrouw bellend voor een kerk

Nu ben ik al jaren altijd online. Tenzij ik me bewust helemaal uitlog, wat eigenlijk alleen is gebeurd toen ik een weekje in een klooster zat. Of als mijn Internet provider een paar uur offline is. Oh nee, dan heb ik gewoon mobiel internet.

Altijd online.

Altijd verbonden.

Voortdurend updates.

Steeds afleiding

of nieuwe inspiratie.

Dat ‘altijd online’ was er niet opeens. Het kwam stukje bij beetje, steeds een beetje meer. En we maakten ons er afhankelijk van. Want het is zo enorm handig om informatie te zoeken, om contact met anderen te hebben via mail, chat of bijvoorbeeld sociale netwerken. Voor de administratie is het zeker ook een grote verbetering dus bankieren we ook bijna uitsluitend online, en erg veel zelfs mobiel (smartphone).

De generatie die nu opgroeit kent niet beter. Mijn zoon zit op een school die een iPad als standaard gebruikt voor boeken en werkboeken. Lezen in boeken en werken op papier wordt steeds minder.

Het is de Altijd Online generatie, de Always On Generation. Ze weten niet hoe het leven was voordat de digitale technologie er was.  Ik heb me, net als veel anderen, afgevraagd welke invloed dit heeft. Op hoe we communiceren, of hoe we ons met elkaar verbinden, op vriendschappen, op de manier van leren en op onze spiritualiteit.

De essentie van ons menszijn is niet veranderd. Maar de technologie heeft een natuurlijke plek in gekregen in de wereld. Er is geen onderscheid meer tussen de online wereld en de real-life wereld. Ze zijn met elkaar vervlochten. Je computer heb je altijd bij je, we werken en studeren ondertussen overal.

Onze manier van communiceren en met elkaar verbinden is zeker veranderd. En dat is voor ouders nog wel eens een hele grote uitdaging. Want het duidelijke onderscheidt tussen thuis en de rest van de wereld is er niet meer. De manieren van omgang met vrienden is ook veranderd. Omdat altijd online een enorme invloed heeft op hoe we omgaan met vrienden, klasgenoten, familie en anderen. Dat gaat ook door als je thuis bent. En de neiging om altijd maar te blijven praten zorgt er nog wel eens voor dat we wel altijd verbonden zijn, maar nooit echt thuis.

Probeer de wereld eens voor te stellen van over 20 jaar. Alle content zal hier en nu beschikbaar zijn. Het zal niet minder worden, maar juist meer. En nog meer functioneel, nog meer onderdeel van het alledaagse leven.

Er ontstaan trouwens altijd compensatie voor iets wat verloren dreigt te raken. Rust is schaars geworden. De roep om stilte-plekken, plekken om te bezinnen, zijn groter geworden. En als we de rust hebben gevonden gebeuren er wonderlijke dingen. Zeker als je niet gewend bent aan de rust.

Zijn wij veranderd in onze omgang met God? Is de nieuwe generatie anders in hun omgang met God? Het moet wel, zeker gezien we ook veranderen in onze manier van onderhouden van vriendschappen, hoe we informatie ophalen, hoe we geïnspireerd raken. Om kennis op te doen hoef je niet naar de kerk. Alle informatie is online te vinden. De grote uitdaging is daar trouwens wel om uit te vlooien welke informatie eigenlijk betrouwbaar is en welke niet. Religieuze bolwerken zijn door de technologische ontwikkelingen minder gesloten. Vreemde zaken worden online geadresseerd. Echter, online kan ook vreemde ideeën een platform bieden.

Hoe verandert onze omgang met God nog meer? Een Bijbeltje lees je niet meer vanaf papier. En gezamenlijk bidden kan uitstekend op Facebook. Waar heb je de wekelijkse samenkomst nog voor nodig als je altijd verbonden kan zijn? Dat lijkt me eerlijk gezegd echt wel een zinnige vraag die niet te automatisch moet worden beantwoord. Echter… de wekelijkse rust, een rust die zelfs de Schepper zichzelf heeft opgelegd, komt niet vanzelf. Eerder pleitte ik al eens (vooral gericht aan mezelf) voor een tech-sabbat, een dag in de week waarin ik even niet verbonden ben met de rest van de wereld.

meisje met smartphone

In Facebook en WhatsApp zie je of mensen online zijn. Zijn ze het niet, dan begin je niet eens te praten. Zijn ze wel online, dan verwacht je dat de ander antwoord geeft als je iets zegt. Altijd, direct, hier-en-nu. Kunnen we nog wachten op antwoord uit de hemel? Ook als het niet per direct komt?

Laatst kwam ik een moeder en dochter tegen die samen blijkbaar hun hondje uitlieten. En de radio schalde uit de mobiel… Kunnen we omgaan met stilte? Of zijn we er bang van geworden? Ik vind het zelf ook ingewikkeld.

Toch kan het altijd online ook helpen om met God en mede-gelovigen te verbinden. Inspiratie is niet meer gereserveerd voor een kerkdienst. Je geloof delen in je leven en je woorden kunnen altijd doorgaan. Technologie kan je helpen om meer aandacht aan God te geven door de beschikbaarheid van bijvoorbeeld de Bijbel op iedere smartphone.

Denk als kerk niet dat je hip moet zijn om de nieuwe generatie te bereiken. Want hip zijn… dat lukt waarschijnlijk toch niet. Wees eerlijk als mens. Gebruik techniek waar het behulpzaam is. Gebruik communicatie kanalen die jongeren ook gebruiken. En misschien moeten andere mensen leiding geven aan de nieuwe generatie.

Het is voor mij opvallend dat ik twee tegengestelde bewegingen in kerken zie. De ene gaat voor het compleet omarmen van alle technische mogelijkheden. De andere gaat terug naar kleine groepen, samen eten, ongeprogrammeerd.

Waar zijn we over 20 jaar? Ik hoop dat we de technologische voortgang omarmen en gebruiken waar het ons leven maar kan helpen. En techniek die ons helpt verbinden met elkaar. Want uiteindelijk ligt daar ook de essentie van de geloofsgemeenschappen. Die zijn niet gestoeld op een college, maar op relevante relaties. Techniek die ons ook helpt om God beter te begrijpen.

En toch ben ik benieuwd naar de onderstroom die een alternatief biedt in de onrust die het alles veroorzaakt.

1 reactie

  1. Petra op 20-10-2014 om 01:16

    Toch vind ik het niet fijn, iedereen zit met zijn mobiel, loopt en fietst er mee en zelfs in de auto kan men niet zonder. Kom je bij iemand op bezoek, zit de helft met zijn gsm in handen.

    Een paar weken terug in het jeugdjournaal zag ik hoe groep 7 en 8, kinderen van 10,11 en 12 jaar dus, de vragen van de journalist beantwoorden. Zij zeiden spontaan dat als ze van school naar huis fietsten en hun mobiel gaf een deuntje dat er een berichtje was, zij wel moesten kijken wie en wat. Nee wachten tot zij thuis waren kon echt niet. Sommige kinderen wonen maar 2 of 3 minuten fietsen van school…

    Mijn nichtjes van net zes vragen me steeds mag ik op je gsm? Nee zeg ik dan, we gaan knutselen, en dat wordt dan toch wel veel leuker gevonden dan een spelletje op een schermpje. Thuis is het makkelijk voor de ouders, zet ze voor tv of geef ze een ander scherm en ‘je hebt er geen kind aan’. Ondernemen we nog zoiets als creatief bezig zijn zonder techniek?
    Mijn nichtje 3 jaar was, en zij foto’s op mijn laptop zag, veegde zij met haar vinger over het scherm… Toen ik zei dat dat niet kon, maar met een muis werkte snapte zij er niks van.

    Heel bewust gebruik ik bijna geen apps, online alleen via mijn laptop na zeven uur ’s avonds, en dan ben ik ouderwets genoemd, en ben ik raar dat ik geen What’s app heb en wordt ik daar telkens aan herinnert. Zo jammer dat je dat niet hebt, het is zo makkelijk… Maar dat zij je hele adresboek moeten inzien, en alles kunnen nagaan, dat zij gekoppeld zijn aan Google en alles in de gaten houden maakt niks uit?
    Nee, ik heb niks bijzonders te verbergen, maar als je chronisch ziek bent en je een levensverzekering af wilt sluiten ivm je hypotheek kan het niet tenzij je bijna dubbel betaald. Online merk ik ook steeds meer dat mensen moeite met iets verzenden hebben, omdat zij geen laptop of pc hebben maar via hun gsm online zijn. Klein schermpje en dan die woordcorrectie, je ziet zinnen langskomen…
    Nu vinden zij er wat op: schermen worden steeds groter! Het blijft behelpen, hoe mobiel is een mobiel nog?

    Weten we nog dat je nog steeds een sms kunt versturen, of kan bellen of langs komen…