Skip to content
matthäus passion concert

Ramptoerisme van de Matthäus Passion

8 min leestijd

Muziek, het lijkt wel iets magisch. Het kan iets je ziel raken wat door andere dingen maar moeilijk geraakt kan worden. In deze dagen voor pasen draaien we natuurlijk de Matthäus Passion. Zelfs in De Wereld Draait Door is het een jaarlijks terugkerende bespreking en vragen we onszelf af wat het nu eigenlijk is met die muziek. Is het de tekst, is het de muziek? Is het het nieuwe ritueel?

https://www.youtube.com/watch?v=ZgA6twxoLRM

Pijnlijk klinkt, zo pijnlijk:

Mein Vater, ist’s möglich, so gehe dieser Kelch von mir;
doch nicht wie ich will, sondern wie du willst.

En het bittere steeds weer dat Jezus er alleen voor stond:

Könnet ihr denn nicht eine Stunde mit mir wachen ?
Wachet und betet, dass ihr nicht in Anfechtung fallet !
Der Geist is willig, aber das Fleisch ist schwach.

Dieper en dieper word je het lijdensverhaal in getrokken. Zwaarder wordt de muziek. De pijn gaat tot in je vezels. En ik blijf luisteren. Ik blijf toeschouwer.

Erbarm es Gott !
Hier steht der Heiland angebunden.
O Geisselung, o Schläg, o Wunden !
Ihr Henker, haltet ein !
Erweichet euch der Seelen Schmerz,
Der Anblick solches Jammers nicht ?
Ach ja ! ihr habt ein Herz,
Das muss der Martersäule gleich
Und noch viel härter sein.
Erbarmt euch, haltet ein !

Hoe kan ik hier zo staan kijken? Is het wel eerlijk? Blijf ik niet gewoon teveel in het sentiment hangen? Net zoals een groot deel van gegoed Nederland dat doet. Iedereen moet er toch wel bij zijn, liefst iets in Naarden of waar de andere hotemetoten ook komen.

Maar het stoort me ergens. Het irriteert me. Naar mijn gevoel klopt er iets niet.

Het lijdensverhaal is helemaal geen decadent gebeuren.

Maar we zitten erbij en kijken ernaar alsof we ramptoeristen zijn die ons door een mooi verhaal willen laten raken. Want ergens is dat ook wel fijn. En we weten precies ook welk stukje ons het meest raakt uit de muziek. Je kan het uittekenen.

Ets van Rembrandt (1653)

Ets van Rembrandt (1653)

Niemand kan de muziek zo in rouw, angst en verdriet dompelen als Bach. Het raakt me. En niet voor niets.

Zelfs tijdens een maaltijd met zijn beste vrienden realiseert Jezus zich dat er een verrader tussen hen zit. En dat de rest lafbekken zijn die hun vriend in de steek zouden laten. Niet alleen Judas. Niet alleen Petrus. Iedereen.

In het passie verhaal zit zo de beklemmende eenzaamheid van de Christus.

Maar het verhaal ligt buiten mij. Het is een verhaal van 2000 jaar geleden. Het is een schouwspel. En alles gebeurt buiten mij. Ik kan me opwinden over de massa die scandeert dat Jezus moet worden gekruisigd. En wees eerlijk, hij had het kunnen weten. Had hij de Joodse leiders maar niet zo op de zenuwen moeten werken. Had hij maar uit Jeruzalem weggebleven. Je snapt dat de Romeinse leiders bang waren voor een volksopstand. Jezus had beter moeten weten. Dat hij werd gearresteerd en gekruisigd was de consequentie van zijn keuzes. En daar kan je als gewoon klootjesvolk toch niets aan veranderen. Dus kijk je toe. En doe je gewoon mee.

Maar jij zou het niet hebben gedaan hè? Tuurlijk niet. Je zou moed hebben. Of in ieder geval je er buiten houden. Ik in ieder geval wel. Want je vriend in de steek laten die in zijn leven goed deed, dat doe je niet. Toch?

De vrienden van Jezus hadden ook beter verwacht. Ze waren zelfs bereid om hun leven te geven. Dachten ze. Maar als puntje bij paaltje komt vind vriend Petrus zichzelf vloekend terug terwijl een haan in de verte kraait. Wat moet de blik van Jezus op dat moment zeer hebben gedaan. Zo zeer dat Petrus bitter huilend wegliep. Kunnen mannen dat ook? Dat bittere huilen?

Wij keerden Hem de rug toe en keken de andere kant op als Hij langs kwam. Hij werd veracht en dat deed ons niets. Jesaja 53 vers 3

Als ik de oude profeet lees dan realiseer ik me dat het lijden van Jezus niet werd veroorzaakt door anderen. Maar dat ik net zo onverschillig ben, dat het me koud liet, dat ik eraan heb bijgedragen. Misschien alleen maar als de zwijgende massa die het laat gebeuren. Misschien omdat ik net zo heb gevloekt als Petrus. Misschien als een van de andere leerlingen van Jezus die in de stilte verdwijnt en pas na de begrafenis van Jezus weer opduikt. Ik ben misschien gewoon een lafbek. Een superwatje.

Rembrandt - Peter Denying Christ

Rembrandt – Peter Denying Christ

Terwijl ik dit schrijf luister ik naar de Matthäus Passion. En ik mezelf terug in de decadente massa. Ik vind mezelf terug in een jaarlijks terugkerend cultureel evenement wat Matthäus Passion heet. Ik geniet ervan. Dat het zo mooi is. Dat het zo in je lijf gaat zitten. Dat het je tot tranen kan roeren.

En toch…

Als de Christus lijdt dan is het niet zomaar een mooi antiek verhaal waar ik op de publieke tribune kan gaan zitten. Het kan niet zo zijn of ik naar de film ga. Een verhaal waar ik slechts toeschouwer ben. En na een uur of wat weer gewoon doorga waar ik gebleven was.

Als Jezus wordt gemarteld kent hij al die mensen die hem slaan, die roepen om zijn dood, die lachen om zijn lot. Als hij zijn kruis draagt dan kent hij al die gezichten die toekijken, de handen die slaan, de monden die spugen.

Hij keert zijn gehavende gezicht naar de hele mensheid, in verleden en heden en toekomst, en aanvaardt alles wat we hem toewerpen, alles wat we vrezen te verdienen.

Al dat leed, dat neemt hij op zich. Alles in Hem, hoe eenzaam en alleen hij is, opent zich voor het kwaad, de woede, de diepe haat, de onmacht, de wreedheid, de geheimen. Alles neemt hij in zich op, alles neemt hij mee. Alles draagt hij.

Dat was zijn keuze.

Jezus kiest.

Het kost hem alles.

Hij gaat naar de plek waar onze pijn ons in het slechtste geval brengt: een doodlopende weg van schuld, vicieuze cirkel van paniek, afvalhoop van wanhoop waar alles kapot is.

Kan jij nog kijken? Ben je toeschouwer die een oud verhaal van 2000 jaar geleden hoort? Je speelt geen rol in het verhaal. Hoe zou dat kunnen? Je was er niet bij. Je bestond nog niet.

Durf je het aan om te zien dat je onderdeel bent van de massa die in Jeruzalem was? Gaat het niet over de hele wereld waar Jezus voor sterft? De mensen in het jaar 33 na Christus stonden toevallig in de menigte. Ze waren niet op een bijzondere manier slechter of anders. Ze deden wat alle mensen zouden doen. Ze waren ook ramptoerist. Deze Jezus moet de consequenties van zijn gedrag dragen. Hij had beter moeten weten. Had hij de Joodse leiders maar niet zo geïrriteerd. Had hij maar weggebleven uit Jeruzalem.

Maar ik ben ook ramptoerist. Jij ook. We zouden er ook hebben gestaan. En we zouden ook ons hoofd hebben afgewend van de lijdende Jezus. Misschien zouden we het zelfs misselijkmakend hebben gevonden. Een kip slachten vind ik al eng. Laat staan kijken naar een kapotgeslagen lichaam van deze Jezus. De repen vlees hangen om hem heen. Want de Romeinen kunnen het goed, iemand doden. Daar waren ze goed in. En het is geen fijn gezicht. Dat wil ik niet zien. Het zou mijn dag nog verpesten. Dat geeft van die nare herinneringen.

En ik wend mijn hoofd af.

Maar ik moet kijken. Naar hoe Jezus is kapotgemaakt. Hoe hij huilt. Hoe bang hij is. Hoe hij bidt en geen antwoord krijgt. Er is geen vriend meer die hem terzijde staat. Ik was ook verdwenen.

Ik ben niet alleen een ramptoerist.

Ik heb mijn meester verraden.

Ik vind mezelf vloekend omdat ik bang ben.

Ik ben een schijtert. Een superwatje.

Hoe kan ik hier nu decadent naar een muziekstuk zitten luisteren als vermaakt.

Jezus, hij kijkt ook naar mij. En als ik de ogen van Jezus zie… Dan loop ik weg. Bitter huilend. Ik ben geen haar beter hoor Petrus. O Petrus, ik ben net als jij.

Und alsbald krähete der Hahn. Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: “Ehe der Hanh krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen”. Und ging heraus und weinete bitterlich.

Of ik hem lief heb? Deze Jezus? Of ik van hem hou? Hoe kan ik dat zeggen als ik mezelf zo terugvind, zo laf, zo. Maar die ogen hè. Daar zit zo’n diepte in. Geen verwijt. Geen bitterheid. Geen afwijzing. Maar liefde. Dodelijke liefde. Hij stierf eraan.

Hoe zou ik niet van hem kunnen houden.

Dat weet hij ook wel.

Scroll To Top