Skip to content

Atheïsme van verdriet

3 min leestijd

Er bestaat een soort atheïsme dat ik goed kan begrijpen. En ondertussen ken ik er een uitdrukking voor: ‘atheism of sadness’, zoals Tomáš Halík uitlegde. Het is het kijken naar alles wat er gebeurt of wat je is overkomen, de dingen die onrechtvaardig zijn, die je lijken te zijn afgenomen, en dat je je dan terecht afvraagt waarom God er niet aan heeft gedaan. Als er dan een God zou zijn, dan zou Hij toch beter hebben gezorgd? Hoe kan een goede God niet ingrijpen, juist op de momenten dat je het nodig hebt?! Dan is toch de logische conclusie dat er geen God kan bestaan… Atheïsme van verdriet.

verdrietige engel

Dit atheïsme heeft geen uitleg nodig, geen wederwoord, geen discussie, geen redeneringen. Ieder antwoord dat je probeert te geven is er een teveel. Dit atheïsme zou je moeten omarmen en niet moeten afwijzen, niet proberen ‘onschadelijk te maken’ en geen apologetiek op loslaten.

Misschien ben je je er niet bewust van, maar was niet nou precies de vraag die Jezus ook stelde? ‘Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?’ In die vraag zit een hel van leegte besloten, een gevangenis van leegte en verwarring. Een waarin Jezus zich blijkt te bevinden… Als atheïsten toch een geloof zouden overwegen, zouden ze het christelijk geloof goed kunnen kiezen. Want het is het enige geloof waarin God zelf atheïst blijkt te zijn.

De vraag van Jezus gaat niet om logica, om een intellectuele overweging die geloof herroept, om een wetenschappelijke afweging die om een conclusie vraagt. Het is een vraag die veel dieper gaat, ‘voorbij de horizon van ons begrip.’ En àls er al een antwoord op is te vinden, dan kan God deze alleen beantwoorden.

Ergens moet het antwoord opgesloten liggen in de opstanding. Na de opstanding wordt beschreven hoe Jezus liet zien wie hij daadwerkelijk was: hij was de lijdende God. In zijn verwonding, zijn littekens, is hij pas te herkennen. Zo identificeert God zich blijkbaar: in het zwakke, in het zieke, in het twijfelende en in het gevangene. Maar het gekke is, dat na de opstanding Jezus weer verdwijnt op het moment dat zijn leerlingen hem herkennen. Geloof is maar moeilijk vast te houden. Misschien is het beter te zeggen dat we God sowieso niet kunnen vasthouden. En als we al iets van God kunnen herkennen, dan is het slechts ten dele.

Trouwens, ik geloof in God. Hij was een atheïst.

PS: er zijn nu twee boeken van Tomáš Halík uitgekomen in het Nederlands: “Geduld met God” en “De nacht van de biechtvader”. Beide aanbevolen! Lees ook Tomáš Halík: ‘Het is normaal om twijfels en kritische vragen te hebben over het geloof’ op Lazarus Magazine.

Scroll To Top