Brief aan mijn toekomstige ik

Brief aan mijn toekomstige ik
7 min leestijd

Dit is een brief aan mijn toekomstige ik, mijn ik van 60 jaar oud, mijn ik uit 2035. Waarom? Met een paginagrote advertentie roept Amnesty International deze week de Europese leiders op om zich niet druk te maken om de polls, maar om hoe zij in de geschiedenisboeken terecht zouden willen komen. Het zet mij ook aan het denken. Daarom knoop ik het gesprek met mijn-oudere-ik aan:

Brief aan mijn toekomstige ik

Hi Wouter, ouwe knakker die je bent, hoe gaat het met je? Je weet wel hoe het met mij gaat, tenslotte was jij mij, jaren geleden. Maar ik zal er maar even vanuit gaan dat je ook weer veel bent vergeten.

Eigenlijk gaat het nu best goed met mij. En niet alleen met mij: de wereld is aan het opkrabbelen uit een financiële crisis die de wereld een aantal jaren heeft bezig gehouden. Die crisis (met vele bedrijven die omvielen enzo) leek me dat het een reality check was, maar veel lijkt de wereld niet te hebben geleerd van het eeuwige dogma van altijd maar groeien, meer omzet, meer winst, meer welvaart. Nog steeds heb ik het gevoel dat dat op een gegeven moment moet ophouden. Hoe kijk jij daar nu naar, naar welvaart? Nu gaat het over genoeg geld hebben om ruim te leven, elk jaar op vakantie te gaan, om ontzorgd leven met verzekeringen die risico’s afdekken, en noem zo maar op. Is het in jouw tijd ondertussen al doorgedrongen dat echte welvaart veel minder over dingen en veel meer over mensen gaat?

Wij hebben nu een groot thema in met name Europa: vluchtelingen. En dat gaat al even zo, al een paar jaar, maar zoals eerder in de geschiedenis hebben we steeds zo laat het gevoel van urgentie, het gevoel dat er nu echt iets moet gebeuren en dat ik zelf iets moet doen. Hoe is het nu in jouw wereld? Is er in Syrië en de omliggende landen weer vrede? Of is de explosieve cultuur daar gebleven waardoor daadwerkelijke vrede niet kan komen? Heeft het extremisme gewonnen door de wereld in een greep van angst vast te houden?

Kijkend naar mijn wereld in 2016 ben ik niet altijd hoopvol. Nederland, nog steeds een van de meest welvarende landen ter wereld, lijkt een volkje te zijn dat enerzijds een voorbeeld van een moderne samenleving wil zijn, maar wil aan de andere kant zo krampachtig vasthouden aan de spruitjescultuur die al lang voorbij is. Er zit zo’n angst in onze samenleving voor verandering, voor anderen, voor het vreemde en onbekende. We zijn niet meer de avonturiers die op ontdekkingstocht gingen (al was dat natuurlijk ook nogal eens om het vreemde te onderwerpen). 

Ik ben bang dat de angst en de haat gaat groeien. Daarin lijkt de Europese geschiedenis zich te herhalen. Het is eerder gebeurt, dat onder de loep leggen van de verschillen, het vervreemden van de anderen. ‘k Ben bang dat er een grote stroom is die vooral haat predikt en daarin zijn eigen graf graaft: we sluiten èn de anderen èn onszelf op in onze ghetto’s van gelijkgestemden.

Soms schrik ik van de teneur die toch ook onder veel gelovigen is. Vooral dat ‘die anderen’, de vreemdelingen en vluchtelingen, niet hun probleem zijn. Het is niet alleen in de politiek een gemakkelijk statement dat mensen vooral in hun eigen land (of eigen regio) de problemen moeten oplossen. Nu droom ik van een kerk die lijkt op de groep mensen uit een van de toespraken van Jezus: er waren hongerigen en ze kregen eten, er waren zieken en ze werden opgezocht, er waren vreemdelingen en ze kregen onderdak. En NIEMAND wist dat God zich er zo mee zou identificeren. Hoe is de kerk nu? Heeft de kerk lief, heeft ze lef, heeft ze impact?

Waar ligt ondertussen trouwens de macht? In 2016 is het nog officieel zo dat de regeringen wel de macht en verantwoordelijkheid hebben, maar in veel landen zit er meer geld in bedrijven dan in de overheid. Dat maakt me bezorgd. Dat zeker gecombineerd met het feit dat leiders in de politiek en bedrijven in het overgrote deel vooral met zichzelf bezig zijn en hun eigen toekomst. Ik heb toch nog een romantisch beeld van leiders die hun land, hun bedrijf of hun organisatie belangrijker vinden dan zichzelf. Het beeld van de goede koning. De Paus is wat dat betreft een lichtend voorbeeld. Mooi zoals hij zich in een middenklas auto laat rondrijden. Gewoon, om af te rekenen met het decadente. Is hij er trouwens erin geslaagd om christenen meer samen te brengen? Orthodox en katholiek, protestant en evangelisch er ook nog bij? Zou zo ontzettend tov zijn als daarin de liefde ook het laatste woord zal hebben.

Geloof ik eigenlijk nog? Ik ben nu nog heel erg into God en Jezus en kan me niet voorstellen het kwijt te raken. Dat heb ik in het afgelopen jaar toch echt hard geprobeerd, maar geloof lijkt echt ongeneselijk te zijn, ook zal dat zijn grenzen hebben. Waar mijn huidige zoektocht me allemaal verder gaat brengen weet ik nog niet, daarom ben ik echt nieuwsgierig wie jij nu bent. Ben je een monnik, een agnost, een evangelist, een kluizenaar, een religieuze activist of een atheïstische betweter geworden? Waarschijnlijk nog iets anders. Ik hoop dat je/ik het lef heb gehad om de spirituele weg te lopen zonder dat voor de bühne te doen. Dat lijkt er soms op, maar de intentie is toch echt om een authentieke zoektocht te gaan naar het grote en ongrijpbare. Misschien is God wel concreter als gedacht, misschien ook niet. Wat ik nu vooral hoop: dat je blijft geloven in liefde die zichzelf wegcijfert. Want dat is een van de redenen waarom ik nu nog steeds gepassioneerd christen ben: Jezus had een boodschap van radicale liefde en ik geloof nog steeds dat dat onze wereld kan genezen.

Ik ben natuurlijk ook benieuwd hoe de technologie ervoor staat. De huis-tuin-en-keuken-technologie en de grote technologie zoals ruimtevaart en groene energie. Hoe communiceren we eigenlijk in jouw tijd? Heeft technologie de wereld beter gemaakt of toch vooral vereenzaamd? Want dat is vooral in deze periode dat Facebook groot is lijkt duidelijk te maken: we zijn meer dan ooit verbonden met de wereld en we zijn meer eenzaam dan ooit tevoren. En hoe is het met het milieu? Zorgen we nog een beetje voor onze planeet? Of staan de leiders van nu in het hoofdstuk “zij hadden het lef niet om op tijd in te grijpen”? Want daar ben ik nu bang voor.

Hmmm, ik merk dat ik het vooral over anderen heb. Misschien komt dat doordat ik niet heel erg het gevoel heb dat ik iets kan bijdragen aan een betere wereld. Wie ben ik? Wat kan ik nu verbeteren aan de wereld? Zeg toekomstige-Wouter, heb jij het lef gehad om tegen de hoofdstromen in te gaan toen het nodig was? Of was je uiteindelijk een lafaard, iemand die ook ten diepste vooral zich zorgen maakte over zijn eigen comfort? Ik hoop dat ik trots op je kan zijn en dat je dat op mij bent. Wat zou ik graag meer willen weten van de toekomst, maar ja, de toekomst is niet te voorspellen hè. Terugkijken is gemakkelijk.

Ik kan trouwens nog veel langer schrijven. Dat ga ik misschien nog doen. Maar ja, je weet dat ik liever niet het achterste van mijn tong laat zien. Dit vond ik alweer meer dan genoeg. Maar afgezien daarvan is me wel duidelijk dat ik vandaag keuzes zal moeten maken die invloed hebben op hoe jij (mijn toekomstige ik) naar mij kijkt. Ik hoop dat ik het lef zal hebben.

Love,

Wouter, je-vroegere-ik

PS: wil je me terugschrijven? Ik weet dat het eigenlijk onmogelijk is, maar misschien iets met een tijdreiziger ofzo?

1 reactie

  1. divine.decay.blog op 05-02-2016 om 23:04

    Mooie brief!
    (O) heb ergens ook het gevoel dat ik stiekem andermans post te lezen…)

    Alle lef, liefde en impact toegewenst!

Laat een reactie achter