In die God geloof ik niet meer

8 min leestijd

De God van mijn kinderjaren was een God waar ik niet zoveel over nadacht. Hij was er, dat was een no-brainer. We baden onze vast geformuleerde gebeden, zongen een kindergebed voor het slapengaan. De dominee in de kerk had over het algemeen een statige, strenge maar ook wel kalmerende stem. En je moest een nieuw hartje krijgen. Dat was waar alles om draaide. Want anders zou je de eeuwigheid verloren zijn. En dat klonk in ieder geval donker en vreselijk.

De God van mijn tienerjaren werd meer persoonlijk, maar hoe precies weet ik niet. Want ergens probeerde ik de innerlijkheid te benaderen waarvan ik me voorstelde zoals het hoorde. Je moest iets voelen bij God, er moest een innerlijke overtuiging groeien, er moest zekerheid over het leven na de dood komen. Als ik terugkijk was het een wat onzekere geloofszekerheid, maar wel zoals het hoorde.

De God van mijn volwassen worden was een God van die een plan heeft met het leven, me succesvol zou maken, de wegen zou banen, een God die wonderlijke dingen zou brengen en bovennatuurlijke tekenen zou doen, God die hier en nu ingrijpt in het leven, een God die ruimhartig allerlei beloften geeft voor iedere situatie van het leven. God die zich mysterieus liet ontdekken in de teksten uit de Bijbel. Soms werd het een geloof van constructies die je kon zien als je maar voldoende openbaring had ontvangen wat dan iets zou zijn als een innerlijke verlichting die je slimmer maakte met het begrijpen van de oude teksten uit de Bijbel.

Geloof als sociale omgangscode

De vraag die zich bij mij opdrong was hoeveel van het christelijk geloof meer is dan slechts een sociale omgangscode, een conformisme naar de gewenste gedragingen in een bepaalde groep?

Terugkijkend was dat in iedere fase van mijn geloofsleven zo wel een beetje. De sociale controle van een zwaar reformatorische omgeving was soms dodelijk. Uitgangspunt was toch wel dat je niet teveel moest opvallen, jezelf uitspreken, niet teveel kleur en mening, niet te afwijkend, niet te kritisch. De oordelen waren regelmatig al duidelijk als iemand je niet meer groette als je iemand in de stad tegenkwam. Dan was je vast afgeweken van de gewenste weg.

Maar ook in de evangelische kerken werkt het mechaniek vaak hetzelfde. Als je maar niet teveel opvalt dan is dat het beste. Eerlijk gezegd heeft het weinig met geloof te maken, maar eerder met de sociale omgeving en een sociale gedragscode.

In zo’n God wil ik niet geloven

Voor mij is het moeilijk te geloven in een God die slechts zichtbaar wordt in sociale controle. In zo’n God wil ik niet geloven. En geloven in een God die iedere afwijkende mening zou elimineren lijkt me een nogal grote opgave. God die past in de systemen die gemaakt zijn in al die verschillende kerkelijke stromingen, in zo’n God vind ik het maar moeilijk geloven. Ik geloof niet in een God die van deze wereld is, die bepaald wordt door een sociale omgeving, die slechts uitgedrukt wordt in een 21e-eeuws perspectief. Ik geloof niet in God die garant staat voor wonderen en succes. Dat geloof heeft veel teleurstellingen gebracht. En sommigen bijzonder verrijkt in de meest letterlijke zin van het woord.

En dan is er ook nog iets dat gewoon lastig is met een obsessie voor wreedheden die God lijkt te initiëren (lees veel van deze verhalen in het Oude Testament) en de wreedheid die God over zijn eigen zoon lijkt te brengen. Ik herinner me goed de kritiek die ik eens kreeg van een nogal mijn levendige beschrijving van de lijdende Heer tijdens een Goede Vrijdag preek. Dat trokken een paar mensen niet. Ik vond de kritiek vervelend. Maar nu denk ik dat ik net zo geobsedeerd was door het geweld, het bloed, de bloeddorst die uiteindelijk vrede zou brengen. Alsof het de weg van God is om vooral door geweld alles weer recht te zetten…

De constructie God blijkt niet te werken

U2’s Bono pleitte in een recente video over Psalmen voor meer eerlijkheid in aanbidding, meer ruimte voor rouw, voor teleurstelling. Een lied over een huwelijk dat niet loopt bijvoorbeeld zou goed passen in de liturgie. Of een waarin je boos bent op de regering. Eerlijk voor God en voor de ander.

Daarmee legt Bono een vinger op de zere plek, want in de kerk zijn we misschien niet meer zo gewend aan de rauwe verhalen van het leven. We zijn gewend geraakt aan succesverhalen, verhalen van bijzondere ervaringen en bovennatuurlijk ingrijpen in het leven. Het ontstaat vanuit een (te) groot verlangen om God aan het werk te zien. Maar hoeveel van deze verhalen is nu eigenlijk waar? Hoeveel mensen blijven na een getuigenis van Gods ingrijpen zelf zitten met een enorme teleurstelling waar niet over gesproken wordt? Een waarin je echt Gods hulp nodig had, een waarin je van harte probeerde te vertrouwen op God, een waarin er niets veranderde. God die je bidt om genezing en iemand gaat toch dood. God die het lijkt af te laten weten terwijl je zoveel nodig hebt van hem. De constructie die we God noemen blijkt niet te werken. Ik snap dat je dan de conclusie kan trekken dat God dan maar niet bestaat. In ieder geval dìe God niet…

In welke God geloof ik wel?

De vraag die je me echt mag stellen is in welke God ik dan wèl geloof? Dat is een grote ontdekkingstocht. Eerlijk gezegd is er niet zoveel urgentie om allemaal nieuwe en sluitende antwoorden te vinden. Wat wel duidelijk is dat de God in wie ik wèl geloof, niet een God is die in mijn systeem past, mijn voorstellingsvermogen, mijn fantasie, mijn ideeën en ook niet aan mijn randvoorwaarden voldoet. Ik geloof in God die afwezig lijkt te zijn en er miraculeus toch is.

Ik geloof niet in een God die ik in een petrischaaltje zou kunnen leggen en kunnen analyseren. Ook niet een die ik met slimme wiskundige formules zou kunnen aanduiden dat Hij er moet zijn. God is de totaal andere. Niet eens vanuit een ‘andere werkelijkheid’ omdat zo’n beschrijving zelfs te beperkend is om Hem aan te duiden. En het belangrijkste van mijn geloof: ik ben God niet.

Geloof is namelijk geen ‘levensbeschouwing’, geen dragen van een zekere ‘overtuiging’, en al zeker niet iets statisch, onbeweeglijke. Werkelijk levend geloof is een permanente strijd met ons ik, dat – ook als het ooit op het moment van de werking ‘uit de positie van god’ verdreven werd – toch steeds opnieuw naar die positie terug probeert te keren. ~ Tomas Halik (de nacht van de biechtvader)

Obsessie voor geweld

Als het gaat over die eerder genoemde obsessie voor geweld, bloed en lijden met een, zoals Halik elders in zijn boek schrijft, een Jezus die kampioen is in de categorie lijden, wil ik juist niet het lijden en geweld ontkennen. Er is veel dat stuk is in deze wereld, er is veel lijden. Maar draaide het verhaal van Jezus niet veel meer hierom dat geweld nooit het laatste woord mocht hebben en liet Jezus zich liever door geweld doden, dan ooit zelf geweld te gebruiken?! Daar geloof ik in. In het lijden en bij dreigingen van geweld moet een veel groter offer worden gebracht dan nog meer geweld: alleen het ondergaan van geweld en onrecht kon de vicieuze cirkel doorbreken.

Volgens mij is er bij God slechts één soort geweld waar hij blij mee is: een worsteling met hem.

Gewoon een klein geloof

Wat is er van God dan te zien? Ik weet het niet. Misschien zoals bij Mozes die vroeg of hij God mocht zien en hij kon slechts God zien toen hij voorbij was gekomen. Is dat niet het maximale wat we van God kunnen ervaren en zien? Hij was er. Maar zien zal ik hem niet. Groot zijn de zekerheden van geloof niet. De grootse overtuigingen van vroeger zijn weg en ik ben bescheiden geworden. Hoeveel kan ik nu eigenlijk ontdekken en beweren van het grote geheim van God? Misschien heb ik maar gewoon een klein geloof. En is God groter dan ik me ooit voorstelde.

3 reacties

  1. Paul hewson op 09-06-2016 om 08:36

    Een reaguurder stelde dat het anders moet in de wereld. Volledig mee eens. Hoe? Door niet in een slachtofferrol te schieten zoals Jezus deed, een lethargische houding aannemen en het maar laten gebeuren. Hallo door de eeuwen heen zijn we er toch we achter dat je de agressor/Alpha’s in de kiem moet smoren. De mens, gelovigen in het bijzonder, moeten eens minder hautain zijn. Wij zijn als soort een onderdeel van deze wereld de rest is ego. Om het lijden van”de willekeur van het leven” te verzachten mag iedereen geloven wat ie wil maar, daar komt het grote probleem. : belast er niemand anders mee !! Ontleen geen rechten of privileges aan je geloof en geen geloofsoplegging voor kinderen ! Imagine that ……… What a wunderfull world it would-be be.

  2. Annemieke Bosman-Mohrmann op 07-05-2016 om 13:13

    Inspirerend blog. Vraagt om een reactie: http://bosmanan.blogspot.nl/2016/05/kooitje.html

  3. Ineke van der Kooij op 06-05-2016 om 18:12

    Daarom verbiedt God om geen gesneden beeld van Hem te maken. Hij is niet in een hokje te vangen. Hij is zoveel meer dan wij ooit kunnen bevatten. Willen bevatten. Mogen bevatten. Hoeven te bevatten.

Laat een reactie achter