Lessen uit de kerk van de eerste eeuwen

5 min leestijd

Mattias Rouw ging theologie studeren omdat hij iets belangrijks op het spoor was. Zijn studie zou hem helpen om het te communiceren. Een van de eerste vruchten daarvan is het boek ‘Woestijnvaders’ dat ook het predicaat ‘Beste theologische boek van 2015‘ kreeg. Mattias heeft de kerk uit de eerste eeuwen ontdekt, de tijd waarin de kerk nog jong was, de tijd dat er nog maar één officiële kerk was, de tijd waarin de canon van de Bijbel moest worden vastgesteld, de tijd waarin zoveel moois gebeurde, waarin de kerk groeide, maar waarvan we ook heel veel zijn vergeten.

Wat zijn we dan eigenlijk kwijtgeraakt onder het stof van de afgelopen eeuwen? Met die vraag ging ik eens een avondje praten met deze theoloog van de jonge kerk. In een paar blogs probeer ik de gedachten wat bij elkaar te rapen uit het gesprek dat in hoog tempo ging over theologie, rituelen, traditie, poëzie en nog veel meer.

De theoloog

Mattias, de theoloog. Alhoewel, met deze titel heeft hij zelf wat moeite. De titel ‘de theoloog‘ was een titel die slechts twee theologen in de jonge kerk hebben gekregen, namelijk Gregorius en Simon de nieuwe theoloog. Opvallend is dat ze beide een dichter waren die met mystieke taal woorden gaven aan thema’s die maar moeilijk zijn te begrijpen.

Ook de Bijbelschrijver apostel Johannes wordt ‘de theoloog’ genoemd. En dat merk je inderdaad aan zijn woorden en taalgebruik die ook een filosofisch, mystiek en groots is. Denk alleen al aan de start van het evangelie van Johannes, waarin het gaat over het begin, het Woord, licht, duisternis, goedheid, grootheid, waarheid, God, de Vader…

Direct zit je hiermee al bij een van de kenmerken van de jonge kerk. Het was een tijd zonder systematische theologie, maar het was een tijd waarin verhalen een veel grotere rol speelden. En in de veelheid van de verhalen leer je iets van God, leer je facetten van God, maar nooit een heel mooi afgerond systematisch verhaal. Juist in de breedte ga je ontdekken. Het helpt de hoofd- en bijzaken scheiden. Wat geldt overal, altijd en voor iedereen? Dat blijkt een cruciale vraag te zijn.

Veelheid aan verhalen

Misschien herken je hele neiging die in veel kerken aanwezig is: vertel me maar hoe het zit, dan weet ik het tenminste. Maar eerlijk gezegd werkt dat niet zo. En dat werkte ook niet zo in de Joodse cultuur waaruit het christendom is ontstaan. De Joodse cultuur was een vraagcultuur, en natuurlijk was dat ook zo in de jonge kerk. Je verkettert elkaar niet, maar je gaat ervan uit dat in iedere opvatting iets van God gevonden kan worden. De grote rijkdom zit verborgen in al de verschillende verhalen die werden overgeleverd.

Kijk, je had natuurlijk wel een probleem als je tegen de verhalen uit de traditie inging, tegen alles wat eerder was geleerd, tegen de waarheid die door de vaderen was doorgegeven. Maar verder werd de breedte van geloofsopvattingen gekoesterd.

Wat door de vaderen was overgeleverd, dat was van extra grotere waarde. Alles had ook gewoon tijd nodig om getoetst te worden. Je snapt dat de papieren van de vaders van vorige generaties beter waren, omdat er meer tijd was geweest om het te toetsen.

Bescheidenheid

Hierdoor zat er meer zelfrelativering in de jonge kerk. Als nieuwe, frisse ideeën kwamen, dan zou de tijd de ideeën wel zuiveren. En wat je door de tijd heen overhoudt is van grote waarde.

Dat is nogal een andere opvatting als in veel kerken heerst waar toch vaak een vleugje hoogmoed zit waarin wij het eindelijk pas hebben begrepen hoe het zit met… (vul maar in). Of we denken dat de reformatie het eindelijk goed begreep. Of de pinkster-revival, of de evangelische beweging, of…, of… Een beetje meer bescheidenheid is wel op zijn plek.

Kerk als beschermer

Nu hebben wij niet meer een universele kerk en dat lijkt misschien ook wel een utopisch idee. Kijk in Nederland naar de veelheid aan kerken die in de christelijke traditie horen. De kerk is hier soms meer een woord dat zorg voor allergie als een woord dat zorgt voor het gevoel van veiligheid. De kerk was immers de hoeder van de leer. De geloofsopvattingen groeiden in de jonge kerk, en uiteindelijk stelde de kerk ook vast wat het geloof was. Dat is trouwens wel goed om te begrijpen: de kerk bedacht het niet, de kerk stelde vast. Net zoals de Bijbel zoals wij deze kennen werd vastgesteld in de kerk, waarbij werd gekeken welke geschriften gezag hadden in de breedte van de kerk.

De breedte van de kerk

In de breedte van de kerk komt de waarheid naar boven. Dat gegeven motiveert mij trouwens om de brede kerk te omarmen. Al die kleuren en geuren, al die culturen en talen, al die rituelen en uitingen. De basis van wat wordt geloofd in de kerk, staat vast als een huis. Het heeft de eeuwen doorstaan en is door de eeuwen heen verdiept en verrijkt. Daarom kan je niet geloven zonder idee en besef van hoe God door eeuwen kerkgeschiedenis heen aanwezig was, en hoe hij werkte door de eeuwen heen.

Wordt vervolgd…

Er is nog veel meer gezegd. Teveel voor één blogje. Ik zal proberen al mijn notities te verwerken in een vervolgblog. Of misschien wel twee. Ondertussen, bestel snel het boek “woestijnvaders” via woestijnvaders.com »

1 reactie

  1. Van begin af aan waren er al problemen, dat kun je zelfs in de bijbel terugvinden. Waarom wordt dit dan genegeerd? op 25-09-2016 om 16:20

    Waarom waarheid zoeken in geloof, terwijl men gewoon voor de waarheid kan gaan in dagelijks leven. Als ik lees wat Jezus zegt, kan ik mij daar veel meer in vinden. Bijvoorbeeld, heb je 2 kleden, en de ander geen, geef een kleed. Genoeg gelovigen maken er van, ik geloof, God is goed voor ik en dus heb ik er 2. Of, als de ander goed geloofd, zorgt God wel voor een kleed.

Laat een reactie achter