Ja, ik geloof in de lente

12 min leestijd

Er was geen enkele reden om de jaarlijks terugkerende verhalen van Goede Vrijdag en Pasen te gaan betwijfelen. Immers, het verhaal van Jezus, stervend aan een kruis, was niet alleen een terugkerende vertelling in de kerk, maar waar je ook komt, je word er aan herinnerd. Kruisen op protestante kerken, beelden met de lijdende en bebloede Jezus in katholieke kerken, dramatische afbeeldingen in ieder willekeurig museum. Dan had je naast de verhalen ook nog de vrije dagen in de vroege lente die de naam Pasen hadden.

Deconstructie

De afgelopen paar jaar hebben voor mij in het teken gestaan van de deconstructie van mijn geloof. Alle vragen kregen de ruimte. Ik wilde weten wat er eigenlijk allemaal waar is, waar ik in vredesnaam in geloofde. Als gewezen voorganger, als evangelist, als evangelische sprekert, ken ik alle methoden van ‘bewijzen’ van het geloof. Apologetiek, geloofsverdediging. Maar, klopte het allemaal wel? Of was het misschien gewoon allemaal wishful-thinking?

Steeds meer vond ik mezelf steeds meer lijken op en denken als een atheïst dan als een gelovige. En er bekroop me zelfs het gevoel dat ik ongelofelijk lang naïef ben geweest door zo ongevraagd alles maar vast te houden. Ach, wellicht was er ook geen reden om al mijn overtuigingen te bevragen. Maar wat nu als er géén God is, wat nu als alle verhalen mooie mythes zijn en wat nu als we dood gaan het licht gewoon uitgaat? Die vragen waren enerzijds eng om te stellen, vooral omdat de antwoorden mijn hele kijk op de wereld en het leven op zijn kop zouden zetten, en anderzijds waren de vragen bevrijdend, omdat deze vragen hielpen om de nodige ballast te verliezen.

Toch geen atheïst

Een belangrijke schakel was dat er een hele ruimte blijkt te zijn tussen enerzijds een soort letterlijke, biblicistisch en strikt geloof waarbij je je richt op alle feiten die letterlijk en wetenschappelijk onderbouwd moeten kunnen worden, en anderzijds het totaal niet geloven in wat dan ook. Voor veel twijfelende gelovigen lijkt de enige optie na het verlaten van het naïeve geloof dan maar atheïsme te zijn. Of apathisme, in de zin dat het er eigenlijk helemaal niet meer toe doet.

Maar er zit een ruimte tussen deze uitersten. Een waarbij gek genoeg op veel vragen geen antwoord nodig is. Een waarbij zelf mijn meest prangende vragen niet meer zo urgent bleken te zijn. Want zelfs als ik nieuwe antwoorden zou vinden, dan nog zou ik zwalken, dan nog steeds zou ik niet de vrede en voldoening vinden die ik zocht.

Terug naar de essentie

Een van de mooiste dingen die me is overkomen tijdens mijn zoektocht, is een bijzondere vriendschap met een orthodoxe monnik die woont op Athos, Griekenland. Het is zonder twijfel een van de bijzonderste plekken op aarde en ik zou je er uren over kunnen vertellen. Voor nu slechts twee dingen. Bij deze monnik heb ik geleerd om me te laten omhelzen. De zuidelijke cultuur is letterlijk en figuurlijk warmer dan onze noord-europese mentaliteit. In deze omhelzing hervond ik iets dat alles met spiritualiteit te maken heeft, maar niet zoveel met mijn rationele overtuiging. Ik, hollander van het type stijve hark, kreeg de warme omhelzing van de oude priester.

Toen we later in gesprek waren onder het genot van (iets te veel) wijn hadden we een heel gesprek over spiritualiteit. Op deze bijzonder plek wilde ik leren, wilde ik van alles meenemen, nieuw leren, bevragen, snappen. Een van de dingen die ik wilde weten was hoe de spiritualiteit en het bidden werkt in zijn leven. Ik ging er vanuit dat het absoluut anders zou gaan dan mijn refo, protestantse en evangelische achtergrond. Hij keek me lachend aan. ‘We zijn nu toch aan het bidden?’

Dat was het. Dit was dus bidden. Dit was dus spiritualiteit. Ik denk dat we in het westen teveel last hebben van het losmaken van de lichamelijke en geestelijke werkelijkheid, het stoffelijke en het hemelse, de aarde en de hemel, lijf en ziel, tijdelijke en eeuwige. Het zien als mens als geheel met een vanzelfsprekende overloop van lichaam en ziel is niet zomaar een concept, maar het is gewoon heilzaam.

Terug naar de verhalen

Terug naar de verhalen van Jezus, het lijden en sterven, de opstanding. Wat moet ik er nu eigenlijk van geloven? Nu kan ik als 21e eeuwse westers mens dat geloof ouderwets en uit de tijd vinden, maar misschien moet ik eerst maar eens de vraag stellen wat ‘geloven’ nu eigenlijk is. Vertel het maar, wat bedoel jij met geloven? Is dat woord niet per definitie bedoeld om de dingen te duiden die zich nu precies NIET afspelen in de logica? Ik gelóóf niet dat ik dit schrijf, ik wéét dat ik dat doe. Geloven speelt zich af op een ander vlak. Het westerse geloof is em wel erg in het hoofd geschoten. Het lijkt voor velen vooral een soort mentale exercitie geworden.

Als we nu het verhaal vooral eerst eens als een verhaal oppakken waarbij de schrijvers bedoelingen hadden om dingen duidelijk te maken. Wat is dan de essentie van wat de verhalen doorgeven over de lijdende Jezus en de opstanding?

Alle bestaanden beelden op zijn kop

Alle bekende goden (Griekse, Romeinse, etc) uit de tijd rondom het begin van onze jaartelling, waren onberekenbare machtswellustelingen die ook met elkaar nogal eens een robbertje te vechten hadden. Dit godendom was een afspiegeling van hoe de samenleving in elkaar zat. Een onstabiele en volgevreten elite.

En hier komt een Jood die zegt namens God te spreken en er alles van weg heeft dat hij van God zelf is. Binnen een paar dagen na een heldenintocht op palmpasen (mensen dachten aan een revolutionair die het land zou bevrijden) wordt dezelfde held gekruisigd omdat ze een ander idee hadden bij de redder. In de lijdende Christus zie je de lijdende God. Het ultieme medicijn voor een wereld die vooral druk is met zichzelf, zelfverrijking. Het ultieme medicijn voor een wereld die geregeerd wordt door een volgevreten elite. Het ultieme medicijn voor een wereld die het lijden kent.

Het lijden neemt deze Jezus op zich. Gek dat zoveel mensen ideeën over God hebben gekregen dat het alleen gaat over wat God wel of niet goed zou vinden. Een opgestoken, veroordelend vingertje. Jezus’ keuzes, het hele verhaal, als je het op je in laat werken, gooit alle ideeën op zijn kop. De lijdende Christus laat God op zijn kwetsbaarste zien. Zijn kracht is zijn zwakheid. Zijn zwakheid is zijn kracht. Als we iets nodig hebben is niet een oneindige en onbereikbare God, maar een gebroken God. Hij neemt het lijden in zich, op zich.

De opstanding

Ik denk dat ik een lange aanloop nodig heb om bij de opstanding uit te komen. Is die opstanding nou feit of fictie? En ben je eigenlijk wel gelovig als je niet kunt geloven in een ‘letterlijke opstanding’? Er is veel te zeggen hierover.

Een opvallend feit is in ieder geval dat de Jezus beweging na 20 eeuwen nog steeds springlevend is. Maar, dat is niet uniek voor het christelijk geloof. Toch kan je niet ontkennen dat er in ieder geval zoveel gebeurde rondom het sterven van deze Jezus en de hele beweging die hij op gang bracht, dat we vandaag de dag nog steeds zitten in de lijn van mensen die geraakt zijn door zijn leven en zijn opstanding. De Jezus beweging heeft nooit de neiging gehad om een nieuwe redder aan te wijzen. Blijkbaar omdat deze het duidelijk was dat deze Jezus was de redder was. En dat hij leefde.

Veel Messias bewegingen uit de eeuwen rondom het begin van onze jaartelling hadden wel vaker zelfverklaarde redders, Messiassen. Maar iedere keer als zo’n leider werd omgebracht of stierf, hield ook de beweging op van volgers. De beweging van Jezus is tot de dag van vandaag nog steeds gaande!

Maar leeft hij nog steeds? Is hij echt opgestaan? Laat ik ervan uit gaan dat hij leeft. Dat is het mooiste. Ook voor het verhaal. Maar ik kan het je niet bewijzen. En als het alleen in het verhaal is dat hij leeft, ook prima (dat zou ik een paar jaar terug niet hebben gezegd, en er zullen een paar mensen meewarig hun hoofdschudden nu ze dit lezen). Dan nog steeds is het ongelofelijk dat de impact van hem tot de dag van vandaag gaat.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat de vraag of iets letterlijk is of niet vaak echt niet het issue is. De discussies hierover gaan voorbij aan de echte essentie, de kern van alles wat er gebeurde en alles wat in eeuwen is overgedragen.

Waar gaat de opstanding over?

De apostel Paulus zet er een hele gedachte over op in 1 Korintiërs 15. Hij redeneert dat je superleuk kan geloven, maar als je niet in de opstanding gelooft, dat je dan inderdaad voor niets gelooft. Dat is zinloos.

1 Kor 15:12-14 “Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos.”

1 Kor 15:19 “Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.”

Waar gaat de opstanding over? Dat voorbij het diepste punt van wanhoop, het gevoel dat alles voorbij is, iets nieuws komt. Jezus onderwijs ging er ook over: als je je leven niet durft te verliezen, zul je het ook niet vinden. Als je niet dood durft te gaan, zal je ook nooit opnieuw gaan bloeien en vrucht dragen. Als je niets durft achter te laten, kom je ook nooit het nieuwe tegenkomen.

We hebben de dood te groot gemaakt. We zijn er te bang voor geworden. Er is meer, er komt iets na. Maar hoe, dat weet ik niet. Zou ook gek zijn, dan zou ik namelijk ook geen geloof en hoop nodig hebben. Maar het is ook lente, het is iets nieuws, alles is hoopvol. De opstanding is als de lente die doorbreekt en je wakker schudt en je in je oren tettert dat je de hoop niet moet opgeven, maar dat er zoveel meer kan worden hersteld dan dat jij je ooit kunt voorstellen.

De werelden van het tijdelijke en eeuwige zijn niet van elkaar losgekoppeld. Maar ze zijn ook niet hetzelfde. Net zo als dat we een compleet mens zijn met lichaam, geest en ziel, zo is dat ook met het leven hier en daar, nu en straks. Maar ik weet niet hoe. Ik geloof er wel in, maar ik weet het niet. Snap je dat verschil? Dus ja, ik geloof. Ik geloof in de lente. Ik geloof in iets nieuws.

Is de opstanding wel ‘waar’? Feit of fictie? Dat is niet de vraag. Alles in de verhalen van de opstanding roept om een reactie. Waar ben jij bang voor, waar hoop jij op?

En hoe ik er nu in sta?

Als je een regelmatige lezer van mijn blog ben, dan ben je misschien nieuwsgierig. Wat is die Wouter nu eigenlijk? Gelooft hij nu wel of niet?

Nou, ik ben een ongelovige gelovige. Ik geloof en ik weet het niet. Ik hoop en ik kan het niet vasthouden. Het verhaal van Jezus heeft mijn leven blijvend geraakt. Het is te mooi om te negeren, het is te dramatisch om aan me voorbij te laten gaan. Maar het is soms ook ongelofelijk. Het verhaal schudt teveel aan mijn ideeën van hoe ik mens kan zijn. Ik geloof dat ik in het lijden niet alleen sta. Ja, ik geloof ook in de lente. Dat er iets komt na het dieptepunt. Ik durf los te laten. En ik mag een ongelovige Thomas zijn. Op de vele vragen die ik stelde heb ik eigenlijk helemaal geen antwoord nodig. Van al die antwoorden zou ik toch niet gaan leven. Geloof speelt zich een niveau dieper af dan alle kennis en antwoorden. Geloof speelt zich af in hetzelfde gebied waar liefde zijn bron vindt, en ik noem het voor het gemak maar de ziel. Mijn ziel kan het weten, maar ik kan je niets uitleggen. En ik vind het wel best.

O ja…

Over Thomas gesproken hè (Johannes 20:24-29). Deze twijfelaar was de enige die, volgens het verhaal dat we kennen uit de Bijbel, de uitnodiging kreeg van onze Heer om hem aan te raken. Wat ik dan denk? Dat de echte twijfelaars de mensen zijn die misschien wel het dichtste bij onze lieve Heer kunnen komen.

1 reactie

  1. Ronald Brands op 15-10-2018 om 22:19

    Ik denk dat je net als ik iets te veel, alle ballen in de lucht wil houden. Je bent een ongelovige gelovige geworden door jezelf gewoon na jaren van christen zijn eindelijk de kritische vragen tav je geloofopvattingen te durven stellen,en vervolgens tot de conclusie te moeten komen dat er gewoon geen enkel bewijs voor het bestaan van God te vinden is. Gelijktijdig wil je het warme gevoel van “veilig in jezus armen” te zijn ook niet kwijt.

Laat een reactie achter