Punker

De goede en de slechte mensen

8 min leestijd

Deze week bespreken we in onze online meeting van de Buurtkerk onder andere het thema racisme, protesten, vooringenomenheid. Het zijn thema’s die we niet los van onszelf kunnen bespreken en slechts blijven beschouwen. Jan-Willem Hengeveld (pastor in de GGZ) schreef naar aanleiding van het boeiende gesprek zijn eigen verhaal en gedachten voor de leden van de Buurtkerk. Met toestemming publiceer ik het ook hier. Meer informatie over de Buurtkerk vind je hier.

Goede en slechte mensen

Als kind groeide ik op met oorlogsverhalen. Misschien wel eens te veel maar goed… Mijn opa was een uit Duitsland geadopteerde jongen. Een oorlogswees. Zijn eigen vader was als soldaat van Keizer Wilhelm gesneuveld in de loopgraven van Ieper in WOI. Niet veel later overleed zijn moeder aan TBC. Bij het uitbreken van WOII koos mijn opa voor het Nederlandse verzet. Hij ving onderduikers op en moest zelf onderduiken.

Eerste Wereldoorlog

Zijn broer koos voor de SS, om zijn vader te wreken. Mijn oudoom heb ik goed gekend maar nooit kwam de oorlog ter sprake. Maar wat was ik als kind gefascineerd door zijn kunstneus, wetende dat het originele exemplaar er door de Russen afgeschoten was. Hij was voor mij de SS-oom die altijd BMW was blijven rijden en een prachtig ivoren schaakspel had. Een aardige man die ons altijd gastvrij ontving. Terugkijkend denk ik dat ik hier al vroeg leerde dat er geen duidelijke afbakening was tussen ‘goede en slechte mensen’

Asielzoekers welkom

Toen ik een jaar of 15 was kwam ik met een paar jongens die ik kende van school voor het eerst ‘in opstand’ tegen racisme. In een nabijgelegen dorp zou een azc komen en hierop volgde fel protest van de inwoners. Midden in het dorp kwam een spandoek te hangen: ‘geen tehuis voor crimineel gespuis!’. Als reactie daarop plaatsten we een groot bord aan de rondweg: ‘asielzoekers welkom!’. Het bord haalde de krant, het AZC is er nooit gekomen.

Punks, skins, metal heads, nerds

In de jaren die volgden maakte ik meermaals mee hoe vrienden geweigerd werden in het uitgaansleven vanwege… je raadt het al… Nooit werd het hardop gezegd maar het zwijgen sprak boekdelen. Gelukkig trof mij vaak hetzelfde ‘lot’. Een hanekam was al evengoed een reden om geweigerd te worden en de ijzerwinkel waarmee ik omhangen was kwam meestal niet door de detectiepoortjes.

Gelukkig waren er altijd kroegen waar we terecht konden en die als ‘een thuis’ voelden. Hier vonden we wat ik later in veel kerkgemeenschappen juist minder vond. Diversiteit en een hoge mate van gelijkheid. We waren punks, skins, metal heads, nerds, rasta etc. We waren wit en zwart, hoewel overwegend wit.

Neo-nazi’s

Maar ook hier was racisme. Ik herinner me hoe onze stamkroeg ooit bijna letterlijk overlopen werd door neo-nazi’s. De antiracistische symbolen werden van de muur gerukt en menig stamgast verliet angstig de kroeg. Ik bleef, niet omdat ik als Asterix en Obelix moedig weerstand wilde bieden aan de horde, maar slechts omdat ik de lafheid de kroegeigenaar alleen te laten niet kon verdragen. Voorzichtig rolde ik mijn broekspijpen of tot over m’n kisten zodat mijn rode veters minder links af zouden steken tegen hun witte. Wanneer je eenmaal in de minderheid bent en je door vijandigheid omgeven weet, is inbinden en zorgen dat het niet uit de hand loopt het enige dat soms rest. Die avond liep het goed af en na overleg tussen de stamgasten en eigenaar werd besloten dat neonazi’s de toegang voortaan ontzegd zou worden. Het gevolg: een van de neo’s werd onherkenbaar naar de kroeg gestuurd en bewerkte de eigenaar met een barkruk.

Dit was echter ook de tijd dat ik soms onverwachte ontmoetingen met hen had. Ik zal niet snel vergeten dat ik aan de bar in gesprek kwam met een grote vriendelijke reus, een jaar of dertig ouder dan ik. Al snel hadden we gesprekken over politiek en levensbeschouwing. Onze visies bleken behoorlijk uit elkaar te liggen maar we hadden een mooie avond. Hij had mijn links-anarchistische verhaal geduldig aangehoord en kritische vragen gesteld. Tegen sluitingstijd zei hij: “Ik vond het een prachtige avond. Wat ik je nog niet verteld heb is dat ik jaren voorman ben geweest bij Frankfurter Neonazi’s.”

De ervaring van eerder en de tijd waarin we nu leven

Deze verhalen gaan over mensen met nazi-denkbeelden en sympathieën. Veel van het huidige racisme is veel meer verborgen, moeilijker aanwijsbaar. Toch helpen de ervaringen die ik opdeed me na te denken over de tijd waarin we nu leven. Met name als het gaat over wij-zij-denken. Over het dualisme van de ‘de goeden en de slechten.’ Zelf sta ik volledig achter ‘de goede zaak’ van BLM. En ik denk iets te begrijpen van de recente beeldenstorm.

Vroeger al kon de buste van Joannes Benedictus van Heutsz op Bronbeek (Velp) bij mij dergelijke neigingen oproepen. Toch vrees ik het ook. Een samenleving die ‘en masse’ van onwelgevallige ‘elementen’ wordt ontdaan is in de geschiedenis niet vaak een veilige samenleving gebleken. Er ontstaat gemakkelijk een harde scheidslijn in het denken tussen de ‘goeden en de slechten’. Which side are you on? Zo’n onderverdeling gaat altijd mank.

Onze eigen tegenstrijdigheden

In de bijbel lezen we een gelijkenis over onkruid dat door een vijand wordt gezaaid in veld met jong koren. Als de knechten van de landheer dat merken vragen ze of ze het onkruid eruit moeten trekken. Maar de landheer waarschuwt hen dit niet te doen omdat ze met het onkruid ook het goede graan zouden uitrukken. Zeker in een vroeg stadium is het onderscheid vaak moeilijk te maken. Ook herinnert de gelijkenis ons eraan dat we altijd ‘a mixed bunch’ zijn en dat we ook in onszelf tegenstrijdigheden kennen. Wie zichzelf wil zuiveren wordt vaak onbarmhartig naar zichzelf. Hetzelfde geldt voor het willen zuiveren van anderen en van de wereld om ons heen.

Betekent dit dan dat we alles altijd maar door moeten laten gaan en dat we geen kritische vragen mogen stellen bij onszelf en ons verleden? Nee, natuurlijk niet! Integendeel! Juist wanneer we het aandurven het onkruid te laten staan kunnen we het herkennen. Dan kunnen we het scheiden van het graan.

De tijd is aangebroken

Misschien is de tijd nu wel aangebroken om bepaalde zaken definitief als onkruid aan te merken. Racisme en ons koloniale verleden zijn immers geen nieuwe verschijnselen waar we nu pas weet van hebben. Wat wel nieuw is, is dat we net als de knechten in de gelijkenis op een dag gezamenlijk wakker werden en ons rotschrokken. Maar misschien doen we er goed aan de woorden van de landheer ter harte te nemen en ons af te vragen of we, nu onze ogen open zijn gegaan, we ook meteen de geesten kunnen onderscheiden?

Mensen en groepen die zich al jaren inzetten voor gelijkheid en die strijden tegen discriminatie verdienen alle steun. Maar ik weet niet of zij gebaad zijn bij een meute die plotseling aan de goede kant van de geschiedenis wil staan. Een meute die op door moderne slaven in elkaar genaaide sneakers naar het standbeeld van een (vermeende) slavendrijver snelt. Om daar met door moderne slaven gemaakte smartphones te filmen hoe het beeld van z’n sokkel getrokken wordt.

Het racisme in onszelf

Ik ben bang dat het grote gevaar van zo’n ‘volksopstand’ niet een onverwachte revolutie is. In plaats daarvan is een gebrek aan daadwerkelijke verandering een veel reëler risico. Want we kunnen eenvoudig als groep de symbolen van het verleden omverhalen zonder de racistische en anderszins discriminatoire delen van ons eigen leven onder ogen te komen.

Richard Rohr zegt daarover het volgende:

“There’s one give-away-word in the synoptic gospels for the people who are not getting the point and that word is ‘the crowd’. Whenever it’s the crowd it doesn’t have the truth. Mass consciousness is always false self, it is always illusion and it is always fear based. It is hardly ever love based. You know, it’s very hard to form any kind of movement around love. That’s why religion has such a hard task and why most people don’t want religion. They want tribalism. They don’t want mystical union…”

Tribe van anti-racisten

Het zou volgens mij een heel treurige uitkomst zijn van alles wat nu gaande is, wanneer er een nieuwe ‘tribe’ van anti-racisten zou ontstaan die door weinig anders wordt verbonden dan een gezamenlijk vijandsbeeld. Een ‘tribe’ die vanwege haar hang naar zuiverheid niet in staat zal zijn ‘anderen’ in te sluiten. Deze ‘anderen’ zullen zich mogelijk bedreigd weten door de huidige ontwikkeling en hun toevlucht mogelijk zoeken in partijen en groepen die op hun beurt een eigen versie van het ‘wij-zij-verhaal’ vertellen en zuiverheid van land en volk nastreven.

1 reactie

  1. Avatar Ria Baas op 13-06-2020 om 10:40

    Een zeer verstandige analyse!

Laat een reactie achter